Juridisch Nieuws

Fiscale meevaller voor samenwerking binnen het onderwijs of de zorg?

29-10-2008

Tussen instellingen in het onderwijs en de zorg, die op zoek zijn naar een nauwere samenwerking, is de BTW doorgaans een grote spelbreker. Als instellingen in deze sectoren onderling prestaties gaan verrichten, dan dient hierover in principe BTW te worden gerekend, tenzij een nauw omschreven vrijstelling van toepassing is. Hierdoor nemen de kosten van de samenwerking toe terwijl de samenwerking juist een besparing zou moeten opleveren.

Een van de mogelijkheden om deze BTW-last te verlichten is soms de zogenoemde 'fiscale eenheid' voor de BTW. Hierbij is vereist dat de instellingen financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn. Deze vereisten uit de Europese BTW richtlijn zijn door de Hoge Raad uitgelegd voor de fiscale eenheid tussen verenigingen en stichtingen. Met name de vereiste nauwe financiële verbondenheid is lastig te bewerkstelligen.

De praktijk wijst ook uit dat de Belastingdienst met dit laatste vereiste strikt omgaat. Verenigingen en stichtingen dienen volgens de Belastingdienst onderling hoofdelijk aansprakelijk te zijn voor elkaars financiële toestand, hetgeen een veel verdergaande financiële verbondenheid is dan bij bijvoorbeeld B.V.'s en N.V.'s. Daar is slechts een bezit door de moedermaatschappij van meer dan 50% van de aandelen in de dochtermaatschappij vereist.

Momenteel heeft de Advocaat-Generaal de Hoge Raad geadviseerd om vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie over (onder meer) de uitleg van het vereiste van nauwe financiële verbondenheid bij verenigingen en stichtingen.
De uitkomst van deze zaak zal nog enige tijd op zich laten wachten, maar het is zeker mogelijk dat de Belastingdienst haar houding over de fiscale eenheid zal moeten versoepelen.

Voor vragen kunt u contact opnemen met mr.Wiebe de Vries, T + 31 (020) 6789 339, E: vriesw@van-doorne.com.

Van doorne