Handhavingsverzoek valt in het water

12-01-2012

Onlangs is weer bevestigd dat tegen illegale situaties niet altijd handhavend behoeft te worden opgetreden door een gemeente. Bijzondere omstandigheden - met name een 'concreet uitzicht op legalisatie' - kan het college vrijpleiten van zijn beginselplicht tot handhaven.

In de uitspraak van de rechtbank Amsterdam ging het om een bewoonster van een woning aan het water die stelde last te hebben van het schuin tegenover haar perceel gelegen rondvaartbotenbedrijf. Met name het manoeuvreren van de rondvaartboten zou haar schade bezorgen. Zij vroeg de gemeente handhavend op te treden tegen deze situatie en voerde daarbij onder meer aan dat de steigers en andere opstallen van het bedrijf op die locatie illegaal waren, want in strijd met het bestemmingsplan en zonder vergunning gebouwd.

Voor het gemeentebestuur geldt een beginselplicht om handhavend op te treden tegen illegale situaties. In deze situatie was inderdaad geen vergunning verleend voor de opstallen en stond het bestemmingsplan het gebruik als zodanig niet toe. Echter, inmiddels had de gemeente al een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht waarin het gebruik door de rondvaartboten positief bestemd werd. Daarnaast had de gemeente kenbaar gemaakt voornemens te zijn de (inmiddels aangevraagde) vergunning voor de opstallen te verlenen. Op basis hiervan achtte de gemeente dat er een concreet uitzicht op legalisatie bestond en besloot de gemeente het verzoek van de bewoonster om handhavend op te treden af te wijzen.

De bewoonster voerde nog aan dat helemaal niet zeker was dat het ontwerpbestemmingsplan definitief zou worden, mede omdat daartegen zienswijzen waren ingediend. Dat betoog haalde het echter niet. De rechtbank verwees daarbij naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daaruit volgt dat ook een ontwerpbestemmingsplan voldoende (een concreet) uitzicht kan bieden op legalisatie. Dat is alleen anders als er aanwijzingen zijn dat het ontwerp geen rechtskracht zal krijgen. Het enkele feit dat daartegen zienswijzen zijn ingebracht is onvoldoende. Ook het feit dat na vaststelling van het bestemmingsplan nog onderdelen vergund moeten worden, gaven - in het licht van de door de gemeente aangekondigde voornemen om de vergunningen te verlenen  - onvoldoende houvast om voorshands aan te nemen dat het bestemmingsplan geen rechtskracht zou krijgen.

Zo blijkt weer dat de overheid niet altijd hoeft op te treden tegen (nog) illegale situaties. Bijzondere omstandigheden kunnen het achterwege laten van handhaving rechtvaardigen. Of hiervan sprake is hangt af van de feiten en omstandigheden en dient uiteraard per geval nauwkeurig onderzocht te worden.

Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met Belle Webster, webster@vandoorne.com.