|
Stilzitten gemeente: verval anti-speculatiebeding
Recent heeft de Rechtbank Arnhem een overeenkomst dusdanig gewijzigd dat het anti-speculatiebeding in die overeenkomst kwam te vervallen.
Het doel waarvoor dat beding was opgenomen werd kennelijk door de gemeente niet meer nagestreefd, zodat het handhaven van het beding in strijd met het algemeen belang werd geacht.
Er zijn vaak geschillen over anti-speculatiebedingen.
Dergelijke bedingen belemmeren namelijk de vrije beschikking van eigenaren over hun huizen.
Meestal wordt dan door de huiseigenaren aangevoerd dat het anti-speculatiebeding in strijd is met de Huisvestingswet, om op die manier onder het beding uit te komen.
In dit geval betrof het een anti-speculatiebeding gekoppeld aan een kettingbeding in een overeenkomst tot gronduitgifte uit 1983 tussen een gemeente en een particulier die op de grond sociale huurwoningen heeft gerealiseerd.
Omdat de gemeente in het kader van haar taak op het gebied van de volkshuisvesting sociale huurwoningen nodig heeft, was het anti-speculatiebeding er op gericht om te voorkomen dat die woningen vervreemd of verhuurd werden zonder toestemming van B&W.
Een dergelijke strekking van een anti-speculatiebeding is niet in strijd met de Huisvestigingswet.
De woningeigenaar wilde de woningen echter verkopen aan de zittende huurders zonder het anti-speculatiebeding.
De gemeente wilde dit uiteraard niet, want als de ketting wordt doorbroken, is het anti-speculatiebeding niet meer inroepbaar.
De rechter oordeelde dat de strekking van het anti-speculatiebeding (met kettingbeding) op zichzelf geen reden is om aan de wens van de woningeigenaar te voldoen.
Echter, de gemeente bleek al sinds 2002 een tekort aan sociale huurwoningen te hebben zonder dat daaraan wat werd gedaan.
Door vast te houden aan het anti-speculatiebeding zouden particuliere huiseigenaren gedwongen worden het volkshuisvestingsbeleid van de gemeente uit te voeren, aldus de rechter.
Onder die omstandigheden is het in strijd met het algemeen belang (met name de vrije marktwerking op de woningmarkt) om de huidige eigenaren na 24 jaar nog te houden aan het anti-speculatiebeding en de rechter wijzigde de overeenkomst uit 1983 dan ook in die zin dat het kettingbeding vervalt en daarmee dus ook het anti-speculatiebeding.
Het is dus duidelijk: een anti-speculatiebeding in een overeenkomst kan een rechtvaardiging hebben, maar die rechtvaardiging kan komen te vervallen als de gemeente niet actief blijft werken aan het probleem waarvoor dat beding is opgenomen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Bart Pijpers, Praktijkgroep Overheid en Vastgoed.
Terug naar de nieuwsbrief »
|