|
Overdragen ontheffingen onder nieuwe Wro duidelijker geregeld
Bij de verkoop van onroerend goed, al dan niet in het kader van een bedrijfsovername, speelt vaak de vraag of de vrijstellingen en/of ontheffingen die in het kader van de ruimtelijke ordening op het perceel liggen ook mee over kunnen gaan.
Onder de oude WRO (Wet op de Ruimtelijke Ordening) was niet altijd helder of een vrijstelling overgedragen kon worden.
Dat is met name lastig als de vrijstelling is gekoppeld aan een vergunning, die op basis van de Bouwverordening wel overdraagbaar is.
In de nieuwe Wro (Wet Ruimtelijke Ordening), of beter het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening, zijn paragrafen opgenomen waarin expliciet is bepaald dat ontheffingen (vrijstellingen onder de oude WRO) conform de beschreven systematiek overdraagbaar zijn.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen binnenplanse ontheffingen (3.6 lid 1 sub c Wro, voorheen 15 WRO, bijvoorbeeld witte baksteen in plaats van rode baksteen)
en de buitenplanse ontheffingen (3.23 Wro, voorheen 19 lid 3 WRO, bijvoorbeeld dakkapel plaatsen).
Het overdragen van de ontheffing is in beginsel voorbehouden aan B&W van de betreffende gemeente.
Deze kan naar aanleiding van een aanvraag door diegene op wiens naam de ontheffing is gesteld,
of de rechtsverkrijgende, de ontheffing overschrijven op naam van laatstgenoemde.
De aanvraag wordt behandeld conform de regels in de Algemene wet bestuursrecht (Awb),
wat bijvoorbeeld betekent dat beroep tegen de beslissing open staat.
De nieuwe Wro en het daarbij behorende besluit hebben verbetering gebracht in de (duidelijkheid over de) overdraagbaarheid van binnenplanse en buitenplanse ontheffingen.
Deze dienen overigens niet verward te worden met het projectbesluit (voorheen artikel 19 lid 1 WRO), dat wordt toegepast bij ruimtelijke ontwikkelingen die afwijken van de geldende bestemming.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Bart Pijpers,
Praktijkgroep Overheid en Vastgoed.
Terug naar de nieuwsbrief »
|