|
Intellectueel eigendom software vaak bron van problemen bij uitbestedingen
Bij sourcingcontracten zijn de rechten van de verschillende partijen lang niet altijd goed geregeld. Wie bezit bijvoorbeeld het auteursrecht op de software?
Bij een eenvoudige sourcing, voor zover software daarbij centraal staat, zijn tenminste drie partijen betrokken: de afnemer, de sourcingdienstverlener en de softwareleverancier.
De softwareleverancier die doorgaans de rechten bezit op de software kan, als goede afspraken ontbreken, weigeren mee te werken aan de sourcing.
Of hij kan hiervoor een forse additionele vergoeding vragen, ook wel stiffing genoemd.
In het ergste geval kan hij de klant zelfs wegens auteursrechtinbreuk aanspreken als de juridische basis voor het gebruik van de software ontbreekt.
Alleen door vroegtijdig grondig te onderzoeken welke software men in huis heeft, bij wie de rechten rusten en wat nodig is om de sourcing succesvol te laten zijn, kunnen deze risico's worden weggenomen.
Recente ontwikkelingen, zoals een uitspraak van de Hoge Raad over het recht van een curator op wanprestatie, maar ook de 'hype' rond SOA en SaaS (oude wijn in nieuwe zakken?), nopen tot extra aandacht voor intellectuele eigendomsrechten in sourcingrelaties. Wat heeft de klant al? Wat heeft de klant tijdens de rit nodig? En vooral, wat heeft de klant tijdens en na de onvermijdelijke exit nodig? In een recent artikel in de Automatisering Gids zijn Elisabeth Thole en Louis Jonker de belangrijkste vragen langsgelopen die in dit verband gesteld moeten worden om tot duidelijke afspraken te komen.
» Lees artikel
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Elisabeth Thole of mr. Louis Jonker, Marktgroep Informatietechnologie.
Terug naar de nieuwsbrief »
|