|
Wijziging Faillissementswet nuttig?
De wettelijke regeling van faillissement en surseance van betaling is met ingang van 15 januari 2005 gewijzigd. Van de oorspronkelijke doelstelling van deze wetswijziging, het bevorderen van de effectiviteit van surseance van betaling en faillissement, is echter weinig overgebleven. In brede kring wordt daarom aan het nut van deze wetswijziging getwijfeld.
De afkoelingsperiode is uitgebreid van 1 tot 2 maanden, met een eenmalige verlengingsmogelijkheid van 2 maanden. Hierdoor kan de curator/bewindvoerder ongestoord de rechten van crediteuren en derden inventariseren en onderzoeken op welke manier de boedel het beste kan worden afgewikkeld. Tijdens deze periode kunnen derden - zoals pand- en hypotheekhouders, leveranciers onder eigendomsvoorbehoud en lessors - hun goederen niet van de bewindvoerder/curator opeisen zonder machtiging van de rechter-commissaris.
Daarnaast is de drempel voor het aannemen van een dwangakkoord verlaagd. Voldoende is de toestemming van meer dan de helft van de concurrente schuldeisers, die tenminste de helft van de niet-preferente vorderingen vertegenwoordigen. Ook is het energiebedrijven niet langer toegestaan energieleveranties aan de gefailleerde op te schorten wegens openstaande schulden van vóór de faillietverklaring. Evenmin is het hen toegestaan de onderliggende overeenkomst op die grond of wegens het faillissement te ontbinden.
Tenslotte is een centraal faillissementsregister ingevoerd. Als gevolg daarvan worden rechterlijke beslissingen inzake faillissement en surseance van betaling - zoals de faillietverklaring - niet meer gepubliceerd in nieuwsbladen.
Lees in dit verband het FD-artikel van Van Doorne-partner Paul Schaink, 'Faillissement aantrekkelijker dan surseance'.
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Paul Schaink
Terug naar de Nieuwsbrief
|