|
Het is voor een financiële instelling altijd aardig te zien hoe de zaken bij de buren geregeld zijn.
Deze keer een blik in de achtertuin van een verre vriend. Sinds 1 januari 2008 moeten pensioenfondsen (bedrijfstak en ondernemings) een zogenaamd verantwoordingsorgaan (VO) hebben.
Dat VO vindt zijn grondslag in de Principes voor Goed Pensioenfondsbestuur van de STAR.
De naam zegt het al: het VO is het orgaan waaraan een pensioenfondsbestuur verantwoording aflegt.
Net als in andere branches, waarin de stichting de organisatievorm bij uitstek is, ontbreekt immers de aandeelhoudersvergadering.
Hoe moet de intern toezichthouder (dus niet DNB of AFM) tegen dit nieuwe orgaan aankijken?
Wij wijzen op een paar praktische punten.
Om te beginnen: de rol van intern toezicht binnen pensioenfondsen is bepaald nog niet uitgekristalliseerd.
Besturen met een rol voor medezeggenschap van belanghebbenden, zouden ook per 1 januari 2008 één van de volgens de Principes toegelaten toezichtvormen gekozen moeten hebben.
Dat lijkt in veel gevallen een externe visitatiecommissie geworden te zijn.
Dat is de lichtst mogelijke toezichtvorm (vanwege het niet structurele en ogenschijnlijk zelfs nogal vrijblijvende karakter).
Bovendien zal de eerste toezichtronde in veel gevallen pas in 2010 plaats vinden (visitatie moet volgens de Principes tenminste eens in de drie jaar plaats vinden).
Met uitzondering van de grote pensioenfondsen bestaat objectief gezien dus een tamelijk onheldere toezichtsituatie.
En daar is nu dus het VO bijgekomen. Dat maakt de zaken niet transparanter.
De primaire taak van het VO is het jaarlijks beoordelen van de bestuursvisie op het beleid van het fonds en de wijze waarop dit is uitgevoerd.
Daarnaast staat dan als primaire taak van het intern toezicht volgens de Principes het beoordelen van de wijze waarop het fonds wordt aangestuurd.
Maar hoe VO en intern toezicht deze kerntaken naast elkaar moeten uitvoeren?
Waar het VO veelal een structurelere rol zal hebben dan het intern toezicht een punt van zorg lijkt ons!
Dan is er de samenstelling en besluitvorming van het VO.
Het VO kent een tripartiete samenstelling: vertegenwoordigers van actieve deelnemers, pensioengerechtigden en de betrokken werkgever(s).
Dat spoort met de samenstelling van deelnemersraad en bestuur.
Maar hoe moeten die drie geledingen tot besluiten komen?
De Principes zwijgen daarover, behoudens het besluit een enquêteverzoek in te dienen.
Daarvoor is een gekwalificeerde meerderheid voorgeschreven.
Eén van de vragen is of het bestuur van het fonds, dat de schone taak had (en in veel gevallen nog heeft)
het VO in te stellen, mag bepalen dat elk besluit de betrokkenheid van tenminste één vertegenwoordiger van alle drie geledingen
(of alle vier, als het bestuur vindt dat de slapers ook mee mogen doen) vergt.
De Principes zwijgen op dit punt.
Wel doet de Ondernemingskamer hierover binnenkort uitspraak in een door Van Doorne voor een pensioenfonds behandelde procedure.
Het valt te betreuren dat deze zaken niet veel beter geregeld zijn in de Pensioenwet.
De checklist implementatie van intern toezicht via visitatie kunt u downloaden via onze website
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Albert van Marwijk Kooy,
Marktgroep Financiële Instellingen.
Terug naar de nieuwsbrief » |